Luister naar een mooi gesprek over kruiden met Saskia Nieboer, de kruidenvrouw

We hebben weer een nieuwe Pr8stijl- podcast voor je! In deze podcast nemen we je mee in de magische wereld van kruiden. Hoe is jouw beeld over kruiden? Als je bijvoorbeeld denkt aan een brandnetel, zie jij dan een lastig onkruid of een geneeskrachtige plant? 
In deze podcast nemen we je mee op reis naar de magische wereld van kruiden. We praten met Saskia Nieboer; een autoriteit op het gebied van fytotherapie. Saskia geeft al 40 jaar kruidencursussen. Dit doet zij in haar cursuscentrum de Groene Zon, in Boerderij de Wiershoek. Een prachtige groene oase aan de rand van Groningen.
Vorig jaar kwam Saskia op ons pad toen Jan-Daan besloot een zomercursus fytotherapie bij haar te volgen. Deze kruidencursus heeft ons enorm geïnspireerd en sinds een jaar staat onze kast vol met tincturen en zijn de potten gevuld met gedroogde kruiden. 

In dit gesprek nemen we je mee in de nog onbekende en vaak onbeminde wereld van kruiden. De immense kennis over kruiden en de speelse manier waarop Saskia de planten benadert is bijzonder; altijd vanuit respect en met liefde voor de aarde en voor de natuur. Zo vraagt zij toestemming om de plant te plukken en bedankt de plant daarvoor. 
Is dat zweverig of juist heel aards? Zijn planten levende wezens met een eigen bewustzijn? Hoe zit dat precies? 
Durf jij je (voor)oordelen over (on)kruiden opzij te zetten? Laat je in deze podcast verrassen door de wondere wereld van kruiden. Een tip: luister met je hart. Veel luister plezier!

De podcast-aflevering is hier te beluisteren:
Onze website:
https://www.pr8stijl.nl/06-kruidenvrouw-saskia-nieboer-pr8…/
Youtube:
https://youtu.be/89O0nPhNtjQ
Spotify:
https://open.spotify.com/episode/3a5ChpgD3qPlVY8wwCwaDg…
Soundcloud:
https://soundcloud.com/…/06-kruidenvrouw-saskia-nieboer-pr8…

Exoten (die je moet vermijden)

Heel vaak kun je in tuincentra en kwekers planten kopen die een buitenlandse oorsprong hebben.  Ze hebben vaak mooie bloemen of sierlijk blad, en lijken erg aantrekelijk om te planten in aquaria, vijver of tuin.

Toch is het beter deze niet te kopen. Omdat ze zich vaak snel verspreiden. Het zijn daarom ook INVASIEVE TUINPLANTEN. Deze zijn ongewenst omdat ze vaak minder ecologische waarde hebben. O.K., soms lijken ze na 40 of 100 jaar redelijk ingeburgerd. Maar vaak is dat niet zo. Bijvoorbeeld: op de zomereik (Quercus Robur) zijn zo’n 370 soorten insecten gevonden die er een deel van hun leven doorbrengen. Dat zijn er net zoveel als op de vuilboom (Ramnus frangula). Om te eten, voortplanten, schuilen. Op de amerikaanse eik (Quercus rubra) zijn maar 80 soorten insecten gevonden. En op de amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) zijn dat maar 35 soorten. Daarmee krijgen insecten, maar ook vogels en zoogdieren minder kansen om te (over)leven.

Ook inlandse gekweekte siersoorten hebben dat nadeel, maar die verspreiden zich meestal niet (zoveel). Vlinders hebben meer aan planten waarvan ze de nectar wel kunnen gebruiken, aan soorten waar hun rupsen wel van eten…….enkele soorten exooten zijn giftig of zorgen voor een allergische reactie, of worden plagen in groen en natuur. Bekende plaagsoorten, die bijna niet meer te bestrijden zijn: Reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop, Reuzenbalsemien. Ook niet inheems dieren zou je niet los moeten laten in de natuur: muskusrat, grijze eekhoorn, roodwangschildpad, halsbandparkiet, nijlgans zijn soorten die nu vaak voorkomen en soms een plaag zijn.

Veel soorten verspreiden zich door de opwarming nu ook vanuit het zuiden in Nederland. Dat is een natuurlijk prroces, dat versneld wordt door internationaal transport en spoorwegen. De selwegen en spoorweg emplacementen zijn dan de eerste plekken waar ze voorkomen. Ze zijn nooit een plaag, en worden na een tiental jaren tot de inheemse soorten gerekend. De ecologische soorten die erbij horen, reizen vaak mee naar het noorden.Van de onderstaande soorten wordt door FLORON aangeraden deze niet te kopen en in eigen tuin bij voorkeur te verwijderen. Kijk ook op https://www.floron.nl/tuinernietin

De tuin van Truus en Tirza

Ik praat nog door met twee mensen die al langer op de tuin zijn: Truus en Tirza, al tien jaar. We zitten eind november 2016 in het café.

Ze hebben nu samen vijf “tuinen” (percelen) grond aan oppervlakte in het middendeel, bij de eerste put. Ik vraag hoe dat gegroeid is. Truus vertelt hoe ze eerst met één stuk begonnen en dat raden ze ook beginners op de tuin aan: doe het stapsgewijs. Als je weet dat je het aan kan en gaandeweg meer wil: als er dan iets in de buurt vrij komt neem je het er bij (denk aan de wachtlijst). Zo ging het hier ongeveer: Ze konden er er een jaar of vier geleden een stuk aan de “hoge kant” bij krijgen. Maar in de praktijk bleek het toch wel lastig om één stuk apart te hebben. Toen kwamen direct naast hen drie stukken vrij. Dat allemaal erbij nemen leek eerst wat te veel van het goede (twee erbij was eigenlijk de wens); maar ja, wat doe je als op het tweede en derde stuk daarvan één kas staat? Daar de helft afhakken? Besloten werd om het derde stuk dus ook maar mee te nemen. En het stuk aan de hoge kant weer af te staan. Zo hadden ze er vier naast elkaar.

Omdat een jaar later ook de buurman aan de andere kant met zijn ene akkertje er mee op hield – en ze daar eigenlijk vanaf het begin een oogje op hadden en ze ondertussen toch allebei met pensioen waren – hebben ze dat er ook nog maar bij genomen.

Een nieuwe tuin is niet altijd leeg neem ik aan? Nee, vertelt Tirza. “Op het laatste stuk stond al een appelboom. Die is dus wat ouder: zelf hadden we juist afgelopen winter zeven boompjes geplant, appels, peren en pruimen”. En dat ging niet zonder slag of stoot, vertellen ze beiden. Toen ze er in januari in een vorstvrije periode mee wilden beginnen, bleek de grond veel te nat. Nadat er drie geplant waren was het zo erg dat ze bij het graven van de gaten, waar eerst kalk en potgrond in moest, zelf weg zakten. “We moesten elkaar er weer uit trekken.” Onvoorstelbaar welke verschillende gezichten dezelfde grond in de verschillende seizoenen laat zien! De boompjes; nog sprieten zonder kluit, werden toen eerst maar in “het moeras” gelegd. Jullie hebben de samen werk-proef doorstaan, grap ik.

Wat ging er van de groentes die jullie kweken erg goed dit jaar?

Ook nu klinkt: veel bladgewassen, we hebben ook weinig hoeven gieten deze zomer. Ze noemen ze om beurten op: sla, andijvie, spinazie, snijbiet. Vooral de Roma sla; daar komen geen slakken aan; die deed het heel goed.En de bladeren van de snijbiet hadden we er voor de vakantie af geknipt; dan groeit het weer aan. De kolen, rode en witte, deden het – anders dan andere jaren – niet zo goed. De kolen bleven klein en sommige werden losse flodders. De boerenkool hebben we dit jaar gezaaid in het kasje en uitgezet; die ging fantastisch, maar hoe langer die staat hoe meer last van witte vlieg. Dat gaat toch ten koste van het blad op den duur. Winterandijvie en spruitjes doen het goed, maar de klapper dit jaar is de veldsla: 3 rijen met hele dikke bossen. Je zaait ze in augustus september, en vanaf november heb je voor de hele winter vers groen paraat. Je kunt ze tot in het voorjaar oogsten en ze kunnen heel goed tegen vrieskou.

Bij de rucola hebben we ontdekt dat we die wat later moeten zaaien, anders schiet het door. Als je later zaait, wordt het forser, geen groot blad maar wel heel pittig.

Ook de wintervaste kruiden doen het goed, veel salie, mint in verschillende soorten, bieslook en bonenkruid. Verder de bieten, maar die doen het altijd wel. We hebben de laatste jaren ook chioggia biet: als je die doorsnijdt zie je afwisselend rode en witte ringen. Heel leuk om in dunne rauwe plakjes door de sla te doen. En uien zijn ook makkelijk: dit zijn goeie groentes om mee te beginnen. We hadden drie soorten: gewone gele, maar ook witte en rode, en ook sjalotten. Ook knoflook gaat goed; we zetten het er eind oktober in, elk teentje apart dus, en het gaat in de winter door tot de oogst in juni, juli. Een probeersel met Sint Jansuien tegelijkertijd liep niet helemaal goed: we bleken niet tot Sint Jan te moeten wachten met de oogst!

Pastinaken zaaien we laat; als het boven de 15 graden is eind mei. En aardperen, ja, die gaan je hele tuin door… Maar ze zijn wel heel lekker en maken een forse groene wand. De bessen deden het ook goed. De zwarte zijn voor saus, en voor jam met een toevoeging van bijvoorbeeld aardbeien. Wat niet goed ging waren de snijbonen dit jaar: ze kwamen niet, of heel traag op. En de rabarber; die hebben we op verschillende plekken geprobeerd in de loop der jaren, maar die doen het nooit heel goed, en sterven soms gewoon af. We kijken jaloers naar anderen: wat doen zij wat wij niet doen? Ook de wortelen lukten dit jaar niet.

De spagetti squash deed het wel weer mooi. Als je de vruchten gaart (kan in de magnetron), dan kun je daarna het vruchtvlees in draden er uitschrapen, als spaghetti. Het wordt daarom ook wel “vega spagetti” genoemd.

Pompoenen hadden we dit jaar ook, weer groot, maar vorig jaar wel een hele grote, van 16,5 kg. En artisjokken hebben we alleen in het begin gehad. Ze werden te groot voor één akkertje. Nu zouden we het wel weer eens kunnen proberen.

Langzamerhand krijgen ook meer bloemen een plaats in de tuin: een groot bed met cosmea bloeide dit jaar uitbundig, en de overgehouden dahlia’s deden het weer mooi, nadat vorig jaar het grootste deel vakkundig door slakken was uitgeroeid.

Op mijn vraag hoe ze de planning maken vertelt Truus dat ze op hun ene akkertje al meteen wisselteelt toepasten. Met een indeling in vier vakken, voor aardappels, bonen, bladgroenten en restanten, die ook op verschillende manieren bemest worden. Combinatieteelt doen we eigenlijk niet. Nog steeds maken ze uitgebreide plantschema’s en schuiven elk jaar weer vakjes op. Als je meer grond hebt is dat makkelijker en kan er ook eens een stukje leeg staan. Je komt dan minder snel in de knoei met voorjaarsgroenten die op tijd plaats moeten maken voor de wintergroenten. Een akker wordt altijd weer in vieren gedeeld, zodat je er kunt lopen en gieten. In de vijf akkers is dat een heel padenpatroon! We houden ook elk jaar een logboek bij, maar helaas is dat juist dit jaar wat gestagneerd aan het begin van de zomer. Maar we pakken het weer op, het is nuttig om je ervaringen op te slaan en ervan te leren, maar ook heel leuk om ze na een aantal jaren weer eens na te lezen.

Ik ben nog benieuwd hoe het samenwerken gaat: is er een taakverdeling? Truus vertelt dat zij eerst meer ervaring had, maar er is geen werklijst; we weten nu wel wat er gebeuren moet. We hebben een paar vaste dagdelen in de week waarop we proberen er beiden te zijn, maar je komt wanneer je tijd hebt en ziet het wel. We spreken natuurlijk wel dingen af; alleen kun je meer aan het toeval over laten.

En Tirza vult aan dat gaandeweg vanzelf wel blijkt wie wat het leukste vindt om te doen. “Ik vind bijvoorbeeld het grove werk leuk: de paden schoon houden, paardebloemen killen, gras weghalen waar het niet hoort…, terwijl Truus graag schoffelt zodat het onkruid niet in de bedden komt. En de oogst verdelen we, los van wie wat aangeschaft of gezaaid, geplant heeft.”

Zijn er nog bijzondere dingen gebeurd op jullie tuin?

Vroeger hadden we een egel, weet je nog Truus, zegt Tirza. En vorig jaar een paartje wilde eenden; die lieten eieren achter en waren dagenlang niet weg te slaan bij de jonge bietenplantjes. Ja, en verder loopt er wel eens een rat voorbij, en in het kasje bleek je deze zomer soms zo maar in een gat te kunnen zakken… wie daar weer huisde? en dan hebben we nog niet gesproken over wat er af en toe voorbij vliegt: een roodborstje dat je gezelschap houdt als je in november aan het “spitten” bent, of een volstrekt niet natuurlijke vogel met een camera onder zijn buik in mei…

En wat is je favoriete gereedschap? De “woelriek” zegt Tirza. Deze heeft twee stelen en drie tanden; daarmee spit je heel gemakkelijk omdat je minder kracht nodig hebt dan bij een schep: je duwt de aarde niet omhoog maar maakt die losser. Ook snij je hier minder wormen mee door. We hebben hem sinds afgelopen voorjaar en hij werkt fantastisch.

En zo denken we ook aan de natuur. Als tuinder beweeg je mee met het jaarlijkse ritme van het werken in de tuin en de omstandigheden.

En de tuin voegt zich, op haar eigen wijze, naar jouw doen en laten.

Bedankt Truus en Tirza!

Door: Ernestien Beers

Natuurwandeling

Verslag van een natuurwandeling op zaterdagochtend 16 juli 2016

Sprinkhaan

Met: Harry Westerhuis als IVN gids en Luit Staghouwer, natuurfotograaf liepen wij, een groepje van vijf tuinders door onze tuinen. Langzaam rondkijkend en vaak stil staand als er iets te “spotten” viel. Er gaat een wondere wereld voor je open als je door zo’n vlinderkijker de beestjes en vormen ziet waar je normaal aan voorbij gaat omdat ze te klein zijn. Of een schutkleur hebben zoals het boomblauwtje; een wit vlindertje met blauwe streep op het komkommerkruid.

Al luisterend naar de uitleg van Harry begrijp je hoe elk diertje zijn functie in een kringloop heeft; het houdt elkaar in stand. Hoe geraffineerd dat er aan toe kan gaan blijkt bijvoorbeeld bij de luizen. We zagen een lieveheersbeestje en Harry vertelde: luizen zuigen met hun snuit sappen uit de stengel van een plant waarbij ze een overschot aan suiker binnen krijgen die ze uitpoepen. Mieren nemen dit op voor de larven in hun nest. Mieren gaan daar zo ver in dat ze de luizen beschermen tegen predatoren zoals de larven van lieveheersbeestjes. Het is alsof ze koeien houden als een boer. Ze stimuleren verder de luizen door op hun achterlijf te trommelen om op die manier de suiker vrij te krijgen. Je kunt soms zien dat mieren die naar een kolonie luizen gaan een slanke buik hebben, terwijl deze opgezwollen is als ze weer naar hun nest terug gaan.

Guichelheil

Ook naar planten werd gekeken; zo heeft iemand het weinig voorkomende Guichelheil op haar tuin ontdekt (zie het oranje bloemetje). Ook zie je de inventieve natuur: de zaden van de lis kunnen ver over water vervoerd worden omdat er een stukje kurk in de bast zit. Mooie geometrische vormen zie je in sommige bloemkelken, in de stokroos een vijf-ster. Het was bewolkt, en met zon zie je nog meer activiteit bij de insecten.

Voor wie zelf vlinderkijker een wil aanschaffen: de prijs is ruim 100 euro voor een goed merk. Pentax Papilio 6.5x 21, en 8.5x 21. Bij Sipkes, Poelestraat.

De tuin van meneer Toh

Een kijkje in de tuin van meneer Toh, begin mei 2012 door: Ernestien Beers

Het is leuk om te zien hoe de tuin, een perceel, over de lengte verdeeld is in vakken met allerlei rijtjes fris groen blad. Toh vertelt: Ik heb veel zaden uit Maleisië waar ik vandaan kom. Nu woon ik al weer 40 jaar hier, maar op vakantie ga ik naar mijn familie daar. Mijn vader was boer en mijn broer is dat nu nog. We staan achterin zijn tuin en hij wijst naar een van de groene bedjes: Dit is een soort sla; heel makkelijk, zo te eten. We noemen het mac tjoy. Het werd vroeger door de varkens gegeten in Maleisië toen wilden de rijke mensen het niet. Nu eten ze het wel; ook gewoon rauw.

En wat is dit; ik zie zacht harige blaadjes met kartelrand. “Dat is tjoy sam, ook lekker om te smoren. En hier koriander; dat gaat bovenop de kip in de oven en op vis die wij stomen, en ook in de soep”. Ik merk dat dhr. Toh ook veel Nederlandse planten bij naam kent en als ik hem wat van mijn maggieplant aanbiedt blijkt hij die al te hebben. Zo heeft hij ook een stukje spinazie. En daarnaast wijst hij: “Radijs, nee, eh. rettich? “Die witte, iets grotere” vul ik aan. Ja ik zeg het goed. “Dat doen wij in kleine stukjes door de groente; wij mengen alles. Is gezond; je krijgt dan meer variatie. Zo doen wij ook aubergines en courgettes door elkaar”. Hij plukt wat langwerpige blaadjes die hij bieslook noemt, en laat mij proeven. Het heeft een zachte bieslooksmaak, wel lekker. Hij vervolgt: “In Nederland komt er veel water af bij het roerbakken van groentes; in Azië niet”.

Ik herken een rijtje peultjes mooi in ‘t blad maar zo te zien wachten ze met klimmen nog op warmer weer. “Ik heb alles al in maart gezaaid, dat is wel vroeg; het is nog te koud”. Hij laat me een zakje kang kong zien; dat heeft iets van prei met bloemetjes. En dan wijst hij op een rijtje tongho, dit lijkt op chrysantenblad maar dan is dit wel eetbaar.”En heb je ook bonen, of komen die nog” vraag ik. “Ja, ik heb hier net een paar ingezet”. Wijzend naar een lange, iele klimboon: Die heb ik thuis voorgekweekt. Maar in een kas kan meer; bijvoorbeeld kouseband. Mijn vrouw zegt: het is hier net een hele tuin in de woonkamer”. Hij legt uit dat, na het zware werk wat hij overdag doet: maaltijden bereiden in de keuken van een tehuis; hij geen zin meer heeft om de trappen op te lopen thuis. Het huis heeft twee verdiepingen en omdat ze beide rond de zestig zijn nu, is hij een etagewoning in Paddepoel aan het regelen. “En als ik met pensioen ben heb ik meer tijd voor de tuin. Want het kost tijd; het is net als met kinderen…” Ik zie dat hij zich al verheugt op die tijd en bedank dhr. Toh voor zijn uitleg.

Bij de boerderij “de Wiershoeck” in Beijum liggen ook zakjes zaad te koop van de “vergeten groenten”. Ik vind er ook een oosterse, snelgroeiende bladgroente bij die ik ga uitproberen: mooi roodgroen pittig blad, voor salades of geroerbakt. Amsoi “red giant”. Eens vragen of dhr. Toh die kent.

En thuis vind ik in het kookboek van Vreni de Jong recepten met rettich: “de grotere broer van radijs en meer een zomer- en herfstgroente”.

Komkommersalade vermengd met rettich; beide geraspt en in de rettich eerst wat zout laten trekken, dan vinaigrette toevoegen. Voor het opdienen er wat geknipte bieslook, dille en dragon overheen doen. In de zomer kan de komkommer ook vervangen worden door jonge courgette.

Een zoete salade met rettich maak je door de rettich niet te raspen maar in schijven te snijden en met een honingsausje te vermengen: honing in sinaasappelsap en wat olie en zout. Niet scherp en ook geschikt voor kinderen. Nog veel meer recepten en beschrijvingen van de “vergeten groenten” vindt u in dit kookboek: Gezond lekker eten; kookboek voor volwaardige voeding, door Vreni de Jong en Irmela Kelling, uitgeverij Christofoor